UPI-UIB
29, Avenue Albert
1190 BRUXELLES
tel +32 2 344 57 68
fax +32 2 343 33 39
English
Français
Nederlands

fiscaliteit in de belgische gewesten
In België kennen we twee soorten federale of nationaal overkoepelende belastingen: de vennootschaps- en de personenbelasting (directe belastingen) en de btw (indirect). De inning ervan gebeurt in heel het land op dezelfde manier.De federale heffingen worden aangevuld met gewestelijke belastingen, die het resultaat zijn van de alsmaar groeiende fiscale autonomie die door politieke akkoorden, zoals het Lambermontakkoord, aan de drie gebiedsgebonden overheden worden toegekend.
Met het oog op een aantrekkelijk ondernemingskader zijn die drie gewesten geleidelijk aan regelingen beginnen in te voeren met betrekking tot de nalatenschap van natuurlijke personen en de overdracht van familiale ondernemingen. Deze bepalingen vertonen zekere overeenkomsten, maar ook evenveel verschillen waar het de grond- of vormvoorwaarden betreft die voor de toepassing ervan moeten worden nageleefd.
Zo worden bijvoorbeeld de successierechten gekenmerkt door gewestelijke discrepanties en bestaat er sinds 2002 ook een onderscheid in de registratierechten bij de verkoop van onroerende goederen naargelang het goed in Vlaanderen (max. 10%), Brussel of Wallonië (max. 12,5%) is gelegen.
Overeenkomstig de ‘Bijzondere wet betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten van 16 januari 1989’ en de bepalingen van de ‘Bijzondere wet tot herfinanciering van de gemeenschappen en uitbreiding van de fiscale bevoegdheden van de Gewesten van 13 juli 2001’, zijn de drie Gewesten van België (het Vlaams, het Waals en het Brussels Gewest) bevoegd om de aanslagvoet, de heffingsgrondslag en de vrijstellingen vast te stellen in de verschillende domeinen in verband met de onroerende en de roerende fiscaliteit en op het gebied van schenkingen en nalatenschappen.
De successierechten komen toe aan het Gewest waarin de fiscale woonplaats van de overledene gevestigd is op het ogenblik van zijn overlijden. Wanneer deze woonplaats gedurende een periode van vijf jaar vóór het overlijden in verschillende Belgische Gewesten gevestigd was, worden de rechten geheven op de locatie waar zijn fiscale woonplaats tijdens deze periode het langst gevestigd was.
De rechten van overgang bij overlijden zijn verschuldigd in het Gewest waar de onroerende goederen gelegen zijn. Indien ze in verschillende Gewesten gelegen zijn, is het Gewest bepalend waartoe het inningskantoor behoort in het ambtsgebied waarvan het gedeelte van de onroerende goederen gelegen is dat het hoogste federaal kadastraal inkomen vertegenwoordigt.
Er gelden gewestelijke verschillen betreffende:
• De belasting op de spelen en weddenschappen
• De belasting op de automatische ontspanningstoestellen
• De openingsbelasting op de slijterijen van gegiste dranken
• De onroerende voorheffing
• Het successierecht van rijksinwoners
• Het recht van overgang bij overlijden van niet-rijksinwoners
• Het registratierecht op de overdracht ten bezwarende titel van in België gelegen onroerende goederen met uitsluiting van de overdrachten die het gevolg zijn van een inbreng
• Het registratierecht op de vestiging van een hypotheek op een in België gelegen onroerend goed
• Het registratierecht op de gedeeltelijke of gehele verdelingen van in België gelegen onroerende goederen
• Het registratierecht op de schenkingen onder de levenden van in België gelegen onroerende goederen gedaan door niet-rijksinwoners
• Het kijk- en luistergeld
• De verkeersbelasting
• De belasting op de inverkeerstelling
• Het eurovignet
• De milieuheffingen
• De krotbelasting
Meer info:
Kopen met toepassing van het registratierecht
Koninklijk Besluit betreffende de uitvoering van het Wetboek der registratie-, hypotheek en griffierechten